by

Ondersteunende landelijke infrastructuur Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid

Eindverslag

Eind – Periode: 01-03-2012 t/m 01-04-2013

Samenvatting

Het project ‘Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid. Ondersteunende landelijke infrastructuur bij verankering en verbreding’ heeft tot doel om een landelijke ondersteunende infrastructuur in te richten voor de Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid (AWPG). Dit is gewenst met oog op verankering en borging van de samenwerking tussen beleid, onderzoek en praktijk (BOP) in het domein van publieke gezondheid, ook na afloop van het tweede ZonMw-programma ‘Academische Werkplaatsen Publieke Gezondheid’.
De landelijke ondersteunende infrastructuur heeft als belangrijkste functie ‘kennis te laten stromen’ binnen de BOP-driehoek. Voor het ontwikkelen van een geborgde landelijke infrastructuur voor de AWPG’en zijn de volgende vier resultaatgebieden benoemd:

  1. Een passende landelijke kennisinfrastructuur, fysiek en digitaal. Hierbij ligt de nadruk op uitbouwen, opbouwen en faciliteren van huidige en toekomstige netwerken.
  2. Conceptuele borging van het BOP gedachtegoed en de samenwerking tussen de partijen uit beleid, onderzoek en praktijk via het opstellen van een gezamenlijke visie en strategie.
  3. In kaart brengen van mogelijkheden voor financiële borging.
  4. Organisatorische borging van AWPG’en door het positioneren van (afdelingen) Onderzoek&Ontwikkeling bij GGD’en. Hierbij zal worden aangesloten op huidige ontwikkelingen binnen GGD Nederland zoals het arbeidsmarktbeleid, het opleidingenbeleid, het MD-traject directeuren PG en het Masterplan onderwijsaanbod AWPG.

Voor het project zijn als belangrijke uitgangspunten geformuleerd:

  • de landelijke ondersteunende infrastructuur heeft meerwaarde voor de AWPG’en;
  • er moet zicht zijn op verankering na afloop subsidie;
  • geen dubbelingen maar zoveel mogelijk aansluiten bij wat er al ligt;
  • oog voor diversiteit;
  • oog voor niet-aangesloten GGD’en.

Het project is op 1 maart 2012 gestart, de formele kick-off vond plaats op 14 maart 2012. Door ZonMw is benadrukt dat de behoeften van de coördinatoren centraal moeten staan bij de verdere invulling van het project. Van de vier pijlers in het project (kennisinfrastructuur, conceptuele borging, financiële borging en R&D afdelingen) wordt vooral waarde gehecht aan de conceptuele borging op alle niveaus. Door ZonMw en GGD Nederland wordt het plan van aanpak gezien als een eerste aanzet, dat dynamisch ingevuld dient te worden op geleide van de behoeften van relevante actoren.
Extra aandacht is daarom besteed aan de inrichting van een goede projectstructuur met heldere rollen, taken en bevoegdheden voor de betrokkenen. Het bestuur van GGD Nederland neemt de rol van opdrachtgever en zit de Stuurgroep voor. De voortgang en resultaten van het project zijn vast agendapunt tijdens de Programmaraad Innovatie Publieke Gezondheid (IPG, voorheen Kennis & Innovatie) van GGD Nederland en het Coördinatorenoverleg AWPG.

Om het project verder te richten zijn de vier pijlers uitgewerkt in activiteiten en mijlpalen in relatie tot de beoogde doelstellingen (bijlage 1).Gedurende het project is hierop gestuurd en bijgesteld, op geleide van de bevindingen en de omstandigheden. Daarnaast is een gespreksronde met de coördinatoren uitgevoerd. Hierin zijn behoeften en prioriteiten verder uitgediept t.a.v. de landelijke ondersteunende infrastructuur. De resultaten zijn schematisch weergegeven in een mindmap (zie bijlage 2). Aan de hand hiervan zijn door de Projectgroep en Stuurgroep de vervolgacties verder vormgegeven. Daarbij vond telkens terugkoppeling plaats in het Coördinatorenoverleg AWPG’en. Op 9 december 2013 werd dit overleg voor de laatste maal georganiseerd en ondersteund vanuit ZonMw. De organisatie is vervolgens overgedragen aan GGD Nederland, welke de eerste bijeenkomst organiseerde op 25 maart 2014. Hiermee is geborgd dat het coördinatorenoverleg in het vervolg als Vakgroep zal worden ondersteund door GGD Nederland. Deze groep staat ook open voor niet-GGD’ers en BOP-functionarissen die momenteel niet aan een AWPG zijn verbonden. Daarnaast is ook de door ZonMw ontwikkelde website www.awpg.nl overgedragen aan GGD Nederland en zijn er twee groepen op GGD Kennisnet actief ten behoeve van de digitale kennisinfrastructuur: die voor (de Vakgroep van) de coördinatoren en de Werkgroep digitale kennisinfrastructuur. Deze laatste werkgroep wordt eveneens ondersteund door GGD Nederland en zal verder werken aan de landelijk digitale kennisinfrastructuur voor de AWPG’en en de (integratie hierin van de) website www.awpg.nl.

In het project is vooral gewerkt aan de conceptuele borging van de AWPG’en en de samenwerking tussen beleid, onderzoek en praktijk. In een netwerkbijeenkomst in december 2012 hebben vertegenwoordigers van GGD’en, universiteiten, RIVM, NSPOH, GGD NL, VWS en ZonMw besproken wat hun belangen zijn bij een landelijk netwerk van AWPG’en en bij een landelijke ondersteuningstructuur als input voor een gezamenlijke ambitie. Dit heeft geleid tot de oprichting van een zelfstandig opererende kerngroep met vertegenwoordiging vanuit GGD’en, RIVM, NSPOH en universiteiten. De projectleider heeft deze Kerngroep ambtelijk ondersteund. Door de kerngroep is de intentieverklaring opgesteld ‘Op weg naar een Landelijke dekkend netwerk van regionale Kennisnetwerken Publieke Gezondheid’ (bijlage 3). Deze verklaring is op 31 oktober 2013 ondertekend door de vertegenwoordigers van de verschillende organisaties, tijdens een geanimeerde bijeenkomst van de Directeuren Publieke Gezondheid over dit thema (bijlage 4). Op 19 maart 2014 is gevolg gegeven aan deze intentieverklaring door de intenties met een vertegenwoordiging van betrokken organisaties en externe experts verder uit te werken in een werkprogramma via het opstellen van een doelen-inspanningen-netwerk. De ambtelijke ondersteuning van het vervolg is vervolgens overgedragen aan GGD Nederland en het RIVM.

Resultaten

Gespreksronde coördinatoren

In totaal zijn 11 gesprekken gevoerd met de bestaande AWPG’en. Getoetst is of het huidige projectplan tegemoet komt aan de behoefte van de coördinatoren, welke prioriteit zij aan de verschillende onderdelen geven, wat hun ideeën daarbij zijn en welke bijdrage zij zelf hieraan willen leveren. Uit de gesprekken is gebleken dat de diversiteit van de AWPG’en groot is, net als de behoefte aan ondersteuning en de aard daarvan. De gesprekken waren constructief en verliepen in een prettige sfeer. De resultaten zijn schematisch weergegeven in een mindmap (zie bijlage 2). Aan de hand hiervan zijn gedurende het project door de Projectgroep en Stuurgroep vervolgacties bepaald voor de LOI AWPG.

Pijler 1: Kennisinfrastructuur

Fysieke kennisinfrastructuur

Op basis van de bespreking van de fysieke infrastructuur, mede op basis van de mindmap, geven de coördinatoren een duidelijke behoefte aan het behoud en mogelijke uitbreiding van het coördinatorenoverleg. Van belang is wat de coördinatoren onderling bindt en de onderlinge versterking. Daarnaast is er behoefte aan thematische netwerkbijeenkomsten. GGD Nederland faciliteert vanaf 2014 het overleg als Vakgroep. De coördinatoren zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor de agenda. De Vakgroep zal ingebed worden in de verenigingsstructuur om zo ook de verbinding met de DPG’en en andere Vakgroepen te borgen.

Digitale kennisinfrastructuur

De behoefte aan een digitale kennisinfrastructuur varieert afhankelijk van de eigen digitale voorzieningen. De coördinatoren zijn wel eensluidend dat een digitale kennisinfrastructuur niet mag leiden tot dubbel werk. Voor de verdere uitwerking van de digitale kennisinfrastructuur is een werkgroep ingesteld met contactpersonen van de AWPG’en.

In 2013 is door ZonMw de website AWGP.nl gelanceerd met een overzicht van alle AWPG’en in Nederland, hun aandachtsgebieden, hun website en een groot aantal van hun projecten. De website is inmiddels overgedragen aan GGD Nederland.

De werkgroep geeft aan dat, naast de door ZonMw ontwikkelde website www.awpg.nl er ook behoefte is aan een digitaal platform om de professionals van de AWPG’en te verbinden. In april 2013 is daarom een groep (sub-community) aangemaakt binnen GGD Kennisnet met 16 leden. Deze groep is niet erg actief, mogelijk vanwege de GGD omgeving. Het streven is nu om zo’n sub-community te realiseren met eigen url, bereikbaar via de websites van de verschillende AWPG’en en via www.awpg.nl. Het beheer van deze community ligt in handen van de groep professionals zelf met ondersteuning vanuit GGD Nederland.

Pijler 2: Conceptuele borging

Door de coördinatoren zijn verschillende suggesties gegeven voor de conceptuele borging. Allen vinden de structuur van de AWPG’en belangrijk als strategie om de samenwerking BOP voor elkaar te krijgen. In de mindmap zijn de suggesties voor de conceptuele borging geordend naar het waarom, het wat, bij wie, en hoe. Deze suggesties zijn grotendeels in de vervolgactiviteiten opgepakt.

Bijeenkomsten

  • Op 19 december 2012 is een netwerkbijeenkomst georganiseerd waarin vertegenwoordigers van GGD’en, universiteiten, RIVM, NSPOH, GGD NL, VWS en ZonMw besproken hebben wat hun belangen zijn bij een landelijk netwerk AWPG’s/landelijke ondersteunende infrastructuur. De opkomst voor de bijeenkomst was groot. De bijeenkomst verliep ook in een constructieve, open en plezierige sfeer. Door de deelnemers van de netwerkbijeenkomst is de ambitie uitgesproken om concrete afspraken te maken over systeemverantwoordelijkheid voor en samenwerking in een landelijke kennisinfrastructuur voor de Publieke Gezondheid. Als resultaat is een kerngroep samengesteld met vertegenwoordiging vanuit GGD’en, RIVM, NSPOH en universiteiten.
  • In de programmaraad Kennis&Innovatie hebben de DPG’en pitches gemaakt over nut en noodzaak voor academisering: voor wethouder, voor collega DPG en voor managers. Hiervan is een filmpje gemaakt dat benut is voor de argumententoolbox (zie verder) en als teaser bij de uitnodiging van de DPG’en voor het onderdeel academisering tijdens de Tweedaagse in oktober 2013 (zie verder).
  • Voor de DPG’en is op 31 oktober een ochtend over academisering verzorgd als onderdeel van de reguliere tweedaagse bijeenkomsten. Onderdelen waren: een presentatie over ZonMw door Henk Smid en persoonlijke verhalen van DPG’en die betrokken zijn via programmacommissies, een debat over academisering onder leiding van De Debatacademie en een presentatie over de landelijke samenwerking in de kennisinfrastructuur door Hans van Oers, gevolgd door de ondertekening van de intentieverklaring (zie verder). In de ALV daags erna verliep de bespreking over de academisering en de landelijke samenwerking positief constructief waarbij er een sense of urgency werd gevoeld vanuit het sociaal domein.
  • Voor de adviseurs van GGD Nederland en GHOR Nederland is tijdens een themamiddag op 15 oktober 2013 een sessie voorbereid en uitgevoerd om de adviseurs in de materie te laten komen en met hen van gedachten te wisselen wat hun rol kan zijn in de conceptuele borging, zowel richting DPG’en als in hun landelijke netwerkactiviteiten. De middag werd erg nuttig gevonden en er zijn afspraken gemaakt over de verbinding met het project en de verspreiding van de argumententoolbox (zie verder).

Kerngroep

Deze kerngroep heeft in zes bijeenkomsten de gezamenlijke ambitie uitgesproken om “samen te werken in een landelijk dekkend netwerk van regionale kennisnetwerken, om daarmee een goed functionerende kennisinfrastructuur voor de Publieke Gezondheid te realiseren, als belangrijke voorwaarde voor het verbeteren van de volksgezondheid”. Deze ambitie werd uitgewerkt in een intentieverklaring met drie intenties: 1) betere afstemming en samenwerking tussen de diverse plaatsen waar kennis ontwikkeld en gedeeld wordt, 2) meer decentrale sturing van de nationale kennisagenda, en 3) stimuleren van het delen en benutten van kennis (bijlage 3). Voor de invulling voor de samenwerking zijn drie kernpunten benoemd: 1) het stimuleren van een landelijk dekkend netwerk van regionale kennisnetwerken, 2) op landelijk niveau een soortgelijk kennisnetwerk Publieke Gezondheid vormen, met als centrale spelers RIVM, GGD Nederland, universiteiten en UMC’s, en NSPOH, en 3)het intensief verbinden van dit landelijk kennisnetwerk met de regionale kennisnetwerken. De intentieverklaring is op 31 oktober 2013 ondertekend tijdens een geanimeerde bijeenkomst van de Directeuren Publieke Gezondheid over dit thema (bijlage 4). Op 19 maart 2014 is gevolg gegeven aan deze intentieverklaring door de intenties met een vertegenwoordiging van betrokken organisaties en externe experts verder uit te werken in een werkprogramma via het opstellen van een doelen-inspanningen-netwerk. Tijdens de bijeenkomst zijn eveneens de kwesties voor de kerngroep in kaart gebracht: Wat maakt in het hier en nu ingewikkeld om de inspanningen te leveren? Wat maakt het in de toekomst ingewikkeld om de inspanningen te leveren? De volgende urgente belangrijke kwesties zijn vervolgens in de kerngroep besproken: 1) prioriteren inspanningen, 2) de coördinerende rol (overdracht taken ondersteuner), 3) rollen, belangen en vertrouwen, en 4) de actualiteit van de oplossing. De ambtelijke ondersteuning van het vervolg is vervolgens overgedragen aan GGD Nederland en het RIVM.

Argumententoolbox

Communicatie over academisering op het terrein van publieke gezondheid en veiligheid is een manier om te werken aan conceptuele en (vervolgens) financiële borging. In het project LOI AWPG is duidelijk geworden dat het in deze communicatie ook en vooral gaat om het hanteren/beschikbaar stellen van argumenten voor diverse doelgroepen en diverse belangen.

Op alle niveau’s vragen betrokkenen om argumenten die zij kunnen gebruiken bij het promoten van de samenwerking tussen beleid, onderzoek en praktijk (BOP)/academisering. Het betreft hier de coördinatoren van de AWPG, de DPG’en en managers binnen GGD’en, adviseurs van het verenigingsbureau van PGV Nederland, enzovoorts. Uit het onderzoek naar competenties van managers van GGD’en voor het ondersteunen en stimuleren van de samenwerking BOP blijkt dat zij competenties als ondernemerschap, innovatie, marketing noemen als competenties om te versterken. Ook hierbij is het kunnen putten uit goede argumenten van belang.

Deze observaties vormen samen de aanleiding om als product van communicatie een argumententoolbox te ontwikkelen. De doelgroep van de toolbox bestaat uit alle professionals die met DPG’en, managers en professionals in gesprek gaan over het onderwerp academisering/BOP. Centrale kernboodschap is dat het voor GGD’en vanzelfsprekend is om aan onderzoek en innovatie te doen en om hierbij samen te werken met universiteiten en gemeenten. De argumenten zijn onderverdeeld naar verschillende typen argumenten (bijvoorbeeld: financieel, inhoudelijk, profilering, professionalisering en HRM). De argumenten worden toegelicht en geïllustreerd aan de hand van de AWPG-projecten. GGD Nederland zal deze toolbox in samenwerking met de coördinatoren verder vullen, publiceren, evalueren en bijstellen.

Versterking middenkader

Parallel aan het Masterplan onderwijsaanbod AWPG’en is met het NSPOH ZonMw-subsidie aangevraagd en verkregen voor een inventarisatie onder het middenkader van GGD’en. Doel is om zicht te krijgen op wat er nodig is om hen te versterken bij hun werk op het snijvlak van beleid, onderzoek en praktijk. De managers blijken vooral generieke competenties op strategisch niveau te beschrijven voor hun rol en functie en laten grote onderlinge verschillen zien in managementstijl. Niet alleen voor de managers, maar ook voor de professionals, zou het strategische personeelsbeleid van GGD’en zich meer op moeten richten op het ontwikkelen en bevorderen van competenties voor het werken op het snijvlak van beleid, onderzoek en praktijk en dit vertalen naar het wervings- en selectiebeleid, het personeelsontwikkelings- en opleidingsbeleid en het beoordelingsbeleid. Het onderzoeksrapport is in april 2014 aangeboden aan ZonMw en GGD Nederland (bijlage 5). Als vervolg wordt een invitational gepland door NSPOH en GGD NL over strategisch personeelsbeleid bij GGD’en.

Pijler 3: Financiële borging

De suggesties van de coördinatoren voor de financiële borging zijn eveneens in de mindmap weergegeven. Door de stuurgroep is besloten geen expliciete activiteiten te ondernemen voor de financiële borging. Onderliggende gedachte is dat conceptuele borging vooraf gaat aan financiële borging en dat daarom impliciet gewerkt wordt aan financiële borging via de activiteiten voor de conceptuele borging. De voortgang van de fysieke en digitale infrastructuur en van de argumententoolbox is geborgd door de toezegging van (personele) middelen door GGD Nederland. De voortgang van de kerngroepactiviteiten zijn geborgd door de toezegging van GGD Nederland, het RIVM, de NSPOH en de vertegenwoordiger van de universiteiten.

Pijler 4: R&D afdelingen

Een stagiaire heeft de organisatie van R&D afdelingen/processen van GGD’en geïnventariseerd en de succesfactoren en verbeterpunten in kaart gebracht (bijlage 6). Er is een groot verschil te zien tussen de verschillende GGD’en als het gaat om de invulling van R&D. Sommige GGD’en zijn hier al veel mee bezig en bij andere staat het net op de agenda. Daarnaast heeft iedere GGD een eigen invulling gegeven aan R&D, bijvoorbeeld doormiddel van een afdeling, functie of werkgroep. Er worden op drie domeinen aanbevelingen voor GGD’en gegeven om de R&D processen te verbeteren: vraagarticulatie, creëren van draagvlak en delen van kennis. Deze aanbevelingen zijn in de stuurgroep en in de programmaraad Kennis en Innovatie gepresenteerd en besproken. De verworven inzichten zijn benut in de overige activiteiten waar mogelijk.

Overige resultaten

Gedurende het project heeft de projectleider meegelopen met en bijgedragen aan de ondersteuning die de huidige ZonMw-programmasecretaris biedt aan de AWPG’en, zoals het voorbereiden en bijwonen van het coördinatorenoverleg, het bijwonen van de EUPHA (07-10/11/2012 en 13-16/11 2013), het voorbereiden en bijwonen van de symposia van de AWPG’s infectieziekten (14/03/2013) en de AWPG’s crisisbeheersing (09/04/2014) en het voorbereiden van een workshop over academisering tijdens het KAMG congres (28/11/2013). Daarnaast zijn er verschillende adviesgesprekken gevoerd en zijn er interviews en presentaties gegeven over het project en/of academisering.

Marja van Bon-Martens,
10 mei 2014